Verstandelijke beperking
Voor mensen met een verstandelijke beperking blijkt het uit de praktijk vaak moeilijk om voeding via de normale weg binnen te krijgen. Motorische stoornissen (hersenbeschadigingen) kunnen leiden tot problemen zoals het zelf eten, een gestoorde mond- en slikmotoriek, verkeerde zithouding, overgevoelige mondreflexen en kwijlen. Dit resulteert vaak in een lange voedingstijd en een verlaagde inname van belangrijke voedingsstoffen. Dit kan uiteindelijk leiden tot ondervoeding.
Naast de gewone voeding wordt dan ook vaak een dieetvoeding voor medisch gebruik geadviseerd. Dit gebeurt meestal in de vorm van sondevoeding. De soort sondevoeding is afhankelijk van wat er nog naast gegeten wordt en de eventuele andere bijkomende voedingsproblemen.
Zo hebben mensen met een verstandelijke beperking soms last van obstipatie. Bij obstipatie wordt een sondevoeding met vezels aanbevolen zoals NutriniMax Multi Fibre voor kinderen of Nutrison Multi Fibre voor volwassenen.
De voedingsbehoefte kan bij mensen met een verstandelijke beperking lager liggen, omdat er vaak in het dagelijks leven minder activiteit plaatsvindt. Mensen met een verstandelijke beperking die een standaard sondevoeding (Nutrini of Nutrison) krijgen, maar die ongewenst in gewicht toenemen (vettoename), wordt een sondevoeding met een verlaagde energie geadviseerd. Voor kinderen is dit Nutrini Low Energy Multi Fibre en voor volwassen Nutrison Low Energy Multi Fibre .
Aangezien mensen met een verstandelijke beperking vaak voor langere tijd sondevoeding nodig hebben, wordt er vaak een PEG sonde geplaatst. De arts en/of diëtist zal de voedingsbehandeling bij een patiënt met een verstandelijke beperking nauwkeurig in de gaten moeten houden.
Bekijk ook de video over sondevoeding bij kinderen met een verstandelijke beperking. Hierin vertellen ouders en medische professionals over hun ervaringen.

Lees meer