- Oplossingen Voor Patiënten
-
- Homepage>
- Oplossingen Voor Patiënten>
- Sondevoeding thuis>
- Manieren van toediening
Manieren om sondevoeding toe te dienen
Er zijn drie mogelijkheden waarop sondevoeding toegediend kan worden: intermitterend, continu of per portie. Uw arts of diëtist bepaalt, samen met u, wat het beste bij u past.
Intermitterend
Bij intermitterend voeden, krijgt u druppelsgewijs gedurende een dagdeel sondevoeding. Dit kan bijvoorbeeld ook ’s nachts gebeuren als u sondevoeding als aanvulling nodig heeft. De rest van de dag wordt het systeem afgekoppeld en de sonde afgesloten. U kunt dan zelf gewoon eten en drinken als dat is toegestaan.
Continu
Bij continu voeden loopt de sondevoeding druppel voor druppel naar binnen. Dat kan 24 uur lang, maar vaak wordt bv. 20 uur voeding toegediend waarna 4 uur rust wordt ingelast. Dit h
angt o.a. af van de hoeveelheid sondevoeding die u nodig heeft.
Per portie
Bij toediening per portie (ook wel ‘per bolus’ genoemd), krijgt u op verschillende momenten per dag een bepaalde hoeveelheid sondevoeding. Bijvoorbeeld 6 tot 8 keer per dag een portie van 250 - 300 ml. Portie toediening kan met behulp van een spuit of met behulp van een voedingspomp, de Flocare® Infinity™+. Hierdoor kan bijvoorbeeld een normale maaltijdcyclus worden nagebootst.
Met of zonder pomp?
U kunt de sondevoeding zowel met als zonder pomp toedienen. Als de sondevoeding zonder pomp wordt toegediend, komt de sondevoeding direct vanuit een Pack (of fles) die boven of naast u hangt. De voeding druppelt dan naar beneden. Een pomp zoals de Flocare® Infinity™ begeleidt de voeding door de sonde heen. De pomp verdient de voorkeur, omdat die de benodigde hoeveelheid voeding nauwkeuriger kan toedienen.
